Interview met Kunstenaar Magazine

Interview met Kunstenaar Magazine, 2019 door Hein Dik

Eric Tiggeler en zijn fascinatie voor de stad

Eric Tiggeler (1961) uit Hilversum schildert “de verborgen schoonheid van de stad”. ‘Ik houd van die smeltkroes van mensen, gebouwen en verkeer waarin we het samen moeten zien te redden.’

Je hebt ruim vijftien boeken geschreven over taal en taalgebruik. Hoe combineer je dat met schilderen?
‘Ik ben qua werk eigenlijk een tekstmens. Ik werk voor het Taalcentrum van de VU: schrijftrainingen, redactiewerk, organisaties leren hoe je een duidelijke brief kunt schrijven. Toch was ik lang geleden ook al bezig met schilderen. Ik heb zelfs toelatingsexamen gedaan voor de Rietveld. Ik werd afgewezen, niet vanwege de kwaliteit van m’n werk, maar het was niet vernieuwend genoeg, zeiden ze. In die tijd draaide alles om abstract en conceptueel. Iemand anders kwam met een papieren zak op zijn hoofd naar het examen en werd toegelaten. Mijn werk was realistisch.’

Je wilde schilder worden?
‘Ja, maar na die afwijzing ben ik Nederlands gaan studeren. Met schilderen heeft dat niet zoveel te maken, al is wat ik nu doe ook creatief. Ook hierin moet je iets uit je handen krijgen. Maar het fijne van schilderen is dat je niet achter de computer zit, maar een canvas kunt pakken, potloden, penselen. Een jaar of vijf geleden zag ik een expositie in Den Haag die me aansprak; stadsgezichten. Wow, goed gedaan. Mijn vingers begonnen te jeuken.’

Choorstraat Utrecht, 2017, acryl op doek, 60 x 80 cm
Leidsestraat hoek Kerkstraat, 2017, acryl op doek, 80 x 60 cm

‘Ik ben nooit helemaal opgehouden met schilderen, maar daarna kwam ik weer echt op gang Ik schilder nu weer elke week.’

Stadsgezichten fascineren je?
‘Wat me aanspreekt in steden is dat het er altijd een beetje chaotisch is, schots en scheef door elkaar geplaatste gebouwen, mensen, auto’s, een willekeurige combinatie van in de loop der tijd tegen elkaar gedonderde huizen, een grillig stratenplan. Het pittoreske probeer ik uit de weg te gaan. Neem bijvoorbeeld dat doek van de Geldersekade met die boot; achteraf vind ik dat te traditioneel, al vond ik het leuk vanwege de lichtval. Van stedelijke landschappen kan ik genieten. Natuur schilder ik bijna nooit. Wel staal, beton, steen, verkeer, zoals op mijn schilderij van een straat aan de Zuidas in Amsterdam.’ Lachend: ‘Ik heb zelfs lange tijd geprobeerd bomen buiten beeld te houden, maar er valt niet helemaal aan te ontkomen, ook aan de Zuidas staan bomen… Je ziet ook bijna geen mensen op mijn schilderijen.’

Je doek van een etalage in Hilversum was genomineerd voor Schilderij van het jaar?
‘Het was een rommelige, ouderwetse winkel, een antiquariaat, in een lelijke hoek van de stad.’

Maandagmiddaglicht (antiquariaat Hilversum), 2016-2017, acryl op paneel, 100 x 120 cm
Grammophoonwinkel Oudegracht Urecht, 2017, acryl op doek, 60 x 80 cm

Maar ik vond het juist mooi vanwege de stapels in die etalage en vanwege de lichtval en de weerspiegeling.’

Wat is je aanpak?
‘Het begint met fotograferen. Ik heb altijd een cameraatje bij me, zo’n toestel met een opklapschermpje waardoor mensen niet zo gauw door hebben dat je fotografeert. Vervolgens kijk ik op de computer; welke uitsnede maak ik? Werk ik naar één foto of combineer ik beelden. Soms maak ik een printje, andere keren werk ik met een grid: dan maak je vierkantjes en neem je de foto 1 op 1 over. .Mijn verf is acryl. Over acryl wordt vaak met dedain gesproken, maar daar ben ik het niet mee eens. Goede kwaliteit acryl doet niet onder voor olieverf, vind ik en omdat het snel droogt, hoef je geen dagen te wachten.’

Je hebt veel in Utrecht en Amsterdam geschilderd?
‘Ja, die steden liggen voor mij in de buurt. In Utrecht heb ik onder meer een schilderij gemaakt van een grammofoonplatenwinkel, heel gedateerd, een winkel die niet meer past in deze tijd. Ik heb ook een stadsgezicht geschilderd in de buurt van de Oudegracht. Het was vroeg in de ochtend, de kleuren waren mooi, prachtige licht-donker-contrasten.’

Brug Oostertoegang Amsterdam,  2017, acryl op doek, 60 x 80 cm

Zijn de fotorealisten een voorbeeld voor je?
‘Ik kijk met plezier naar de hyperrealisten, maar zelf werk ik anders. Van mij hoeft het niet zo maniakaal gedetailleerd te zijn, zo uitgewerkt dat je niet meer kunt zien dat er een mens aan gewerkt heeft. Van mij mag je nog iets van de penseelstreek zien.’

Zie je een ontwikkeling in je werk?
‘Ja, vind ik wel. Je leert al doende. In het begin was ik voorzichtig, ik schilderde dun, was snel tevreden. Stond het er aardig op, dan wilde ik er niet meer aankomen. Bang het te bederven. Naarmate je het vaker doet, ga je meer variëren. Soms heb je de neiging om kleuren extra aan te zetten, maar tegenwoordig merk ik dat ik juist wat meer aan het dempen ben. Kijk maar naar die straat aan de Zuidas, dat zijn ongeveer 100 tinten grijs. Ik exposeer regelmatig en ik krijg steeds vaker een opdracht, bijvoorbeeld van mensen die een doek willen van de straat waar ze hebben gewoond of van een gebouw waaraan ze gehecht zijn. In de toekomst wil ik op grotere formaten werken. Ik droom van een doek van 2,5 bij 3 meter waarop ik een nog groter stuk stad weergeef, de drukte op het stationsplein bijvoorbeeld. Olieverf ga ik ook proberen zodra ik meer tijd heb om me aan het schilderen te wijden.’

Stadhuisbrug Utrecht, 2017, acryl op doek, 80 x 60 cm

AUTEUR

Tekst: Hein Dik