De kunst van een kliko

Dit artikel schreef ik voor Kunstenaar Magazine, 2019 (www.kunstenaar.nl)

Het onderwerp voor dit artikel is bescheiden: een rommelige achterafsteeg met als voornaamste herkenningspunt een … kliko! Toch maakt juist die afvalemmer het beeld interessant: tussen de zware schaduwen in het steegje vangt de knalgele kliko op deze heldere winterdag precies het felle zonlicht. Een mooi grafisch beeld, geschikt voor een klein stadsstuk. Hieronder lees je hoe ik dit schilderij heb aangepakt.

STAP 1: HET DOEK PREPAREREN

Een kant-en-klaar schilderdoek is meestal gegrond met gesso, maar blijft nog vrij ruw. Daarom werk ik het altijd af met een paar extra lagen gesso. Tussen die lagen door schuur ik het doek op. Zo blijft de structuur van het doek zichtbaar, maar biedt het minder weerstand bij het schilderen. Dat maakt het geschikter om strakke lijnen en details aan te brengen.

STAP 2: DE GROTE VLAKKEN

Ik werk altijd op basis van foto’s die ik zelf maak. In Photoshop bepaal ik de uitsnede die de mooiste vlakverdeling oplevert en het beste past op het doek (in dit geval een vierkant van 40 x 40 cm). De grote lijnen breng ik met potlood op het doek over. Daarna volgen de eerste vlakken in acrylverf: de blauwe lucht, het pakhuis rechts en de donkere steeg.

STAP 3: DE HOOFDROLSPELER

Al snel volgt ook de blikvanger, de kliko zelf. Die is niet zomaar geel: hij heeft allerlei tinten, van warm oranjebruin aan de schaduwkant naar felgeel en wit op de delen die het meeste zonlicht reflecteren. Behalve cadmiumgeel komt er dan ook wit, gebrande sienna en Paynes grijs aan te pas.

STAP 4: DE STRUCTUREN

Het interessante aan een stukje straat zijn ook de vele verschillende structuren. De schuur bestaat uit rommelig metselwerk en een tralieraam, het pakhuis rechts is glad gestuukt en in de straat liggen klinkers en stenen in allerlei patronen. Al die vormen en structuren vangen het zonlicht en de schaduw weer op een andere manier. Daarom kies ik er niet voor om bijvoorbeeld de straatklinkers alleen maar te suggereren met een paar lijnen, maar neem het patroon van stenen en voegen gedetailleerd over. Eerst vrij grof, daarna pas ik de kleuren van de stenen aan en maak de voegen wat subtieler: duidelijk waar schaduwen vallen, op andere plaatsen minder duidelijk en minder contrastrijk.

STAP 5: MEER KLEUR EN RELIËF

Het witte schuurtje links is niet alleen wit; er zit veel reliëf, licht en schaduw in. Ik meng het wit hier en daar met een klein beetje rood, cadmium geel of ultramarijn blauw om ervoor te zorgen dat de levendige structuur en kleur van de muur goed overkomen. Ik kantel het doek soms, omdat het dan gemakkelijker is de lijnen te schilderen. Het doek ondersteboven zetten is trouwens ook vaak handig. Je ziet veel sneller of het totaalbeeld klopt en of je geen fouten hebt gemaakt.

STAP 6: DE DETAILS

Het prettige van acrylverf is ook dat je die in soorten en maten hebt. Niet alleen uit de tube, maar ook vloeibare, dekkende verf (zoals die van Open Acrylics of Tri-Art). Niet geschikt als je houdt van pasteus schilderen, maar wel als je strakke lijnen wilt kunnen maken. Voor de details als de tralies voor het raam gebruik ik een combinatie van het allerdunste penseel (een sleper) en vloeibare acrylverf. En wanneer is het doek af? Dat is altijd een lastige vraag, maar op een gegeven moment is het beeld evenwichtig: genoeg details om recht te doen aan alle kleuren, lijnen en structuren, maar niet zoveel dat ze afleiden van het totaalbeeld.

AUTEUR

Tekst en beeld: Eric Tiggeler

Tags: